Het oude Egypte en Mesopotamië

20160105-Abraham_house_in_Ur_Iraq

Egypte, ongeveer 2000 voor de gewone jaartelling

Bron: Wikipedia

De oude geschiedenis van Egypte wordt verdeeld: het Oude Rijk, het Middenrijk, het Nieuwe Rijk, en de Late Periode. De piramides van Gizeh (dicht bij Caïro), die in de vierde dynastie werden gebouwd, getuigen van de macht van de faraonische staat en ideologie. De Grote Piramide van Gizeh, het graf van farao Choefoe (die ook onder de Griekse naam Cheops bekendstaat), is het enige overgebleven monument van zeven wereldwonderen van de antieke wereld.

Het Oude Rijk eindigt rond 2150 v.Chr. bij Pepi II, waarna het centrale gezag ondermijnd wordt door lokale machthebbers.

Middenrijk

Rond 2040 v.Chr. verenigt Mentoehotep Nebhetepre het rijk opnieuw en begint een tweede bloeitijd die aangeduid wordt als het Middenrijk. In deze periode is de enige koningin die nog enige inbreng in de geschiedenis had Neferoesobek. Het Middenrijk kende een sterke uitbreiding, maar bleef toch vrij geïsoleerd. Dit veranderde rond 1640 v.Chr. toen de Hyksos in Egypte kwamen. De Hyksos stichtten een rijk in het noorden, maar het zuiden bleef onafhankelijk. Vanuit het zuiden werd een heroveringsoorlog begonnen die eindigde rond 1550 v.Chr.

Het Nieuwe Rijk ving aan met de overwinning van Kamose op de Hyksos en betekende een nieuw hoogtepunt voor de Egyptische beschaving. De soevereine dames treden uit hun achtergrondpositie en accentueren hun macht als individu en als goddelijke vertegenwoordigsters. De 18e dynastie van Egypte onderscheidt zich door een opvallende terugkeer naar de oude traditie. Zij verzekerden hun invloed door prestigieuze titels, vaak weer geassocieerd met de godin Hathor, waaraan hun privileges waren verbonden en die hun positie versterkten. Zich baserend op de hypothese van een matriarchale origine van de Egyptische samenleving waren de eerste Egyptologen geneigd om de overheersende rol van de vrouwen van de 18e dynastie als teken van een matrilineair koningschap te zien.]

Zuiden

De farao’s breidden hun rijk verder uit in het zuiden, westen (Libië) en het oosten (onder Thoetmosis III tot aan de Eufraat) en met name de Ramsessidische koningen Ramses II en Seti I brachten de macht van Egypte tot op een hoogtepunt. Ramses III kreeg te maken met de invallende Zeevolken vanuit de Middellandse Zee. Hij versloeg ze, maar hierna zou het Nieuwe Rijk voorgoed zijn machtspositie in het Nabije Oosten verliezen.

De derde tussenperiode ving aan na de dood van Ramses XI. Egypte werd verdeeld tussen de heersers van de Delta in Tanis (21e dynastie) en de Hogepriesters van Amon in Opper-Egypte: Thebe. Beide takken beweerden opvolgers te zijn van de Ramsessiden en trouwden met elkaar. Gedurende de helft van de 21e dynastie deden de Libiërs hun intrede. Met Osorkon de Oudere kwam er voor het eerst een Libische farao op de troon, zijn nakomelingen zouden heersen tijdens de 22e, 23e en 24e dynastie. De farao’s van de 25e dynastie, heersers van Nubië, grepen de macht en veroverde eerst Beneden-Nubië, daarna Opper-Egypte en vervolgens de Neder-Egypte waar verschillende farao’s werden verslagen. Zij regeerden een tijd lang beide landen (Nubië en Egypte).

Assyrie en Egypte

Door de Assyrische steun wist Psammetichus I van Saïs zich uit te roepen als farao en de Nubische farao’s te verslaan. Egypte kende in de Late periode nog een bloeiperiode. Vanaf 525 v.Chr. werd Egypte een deel van het Perzische Rijk.

Na 404 v.Chr. wisten de Egyptenaren met Griekse hulp, hun onafhankelijkheid te heroveren op de Perzen. De Achaemenidische Artaxerxes III wist echter in 343 v.Chr., met Griekse huurlingen, Egypte weer te heroveren.  Alexander de Grote veroverde Egypte in 332 v.Chr.

Na de dood van Alexander nam Ptolemaeus I Soter de macht over in het Nijlgebied. Alexandrië werd de hoofdstad. In 30 v.Chr. werd het Egyptische rijk ingelijfd bij het Romeinse Rijk en werd keizer Augustus de eerste Romeinse farao in Egypte.

Mesopotamië

Er is geen eenduidig begin van de Oud-Assyrische periode vast te stellen, aangezien de stad Aššur al sinds de 25e eeuw v.Chr. een stadstaat was met een eigen koning, zonder dat men daadwerkelijk van een “rijk” kan spreken. Historici en archeologen dateren de geleidelijke opkomst van Assyrië dan ook voornamelijk aan de hand van het verval van de Derde dynastie van Ur, waarvan de stadstaat Aššur profiteerde. Als uitgangsjaar wordt doorgaans 2000 v.Chr. gehanteerd.

Vanaf toen maakte Assyrië een grote bloeiperiode door. Vooral berustend op Aššurs voorname rol in het handelsverkeer met onder andere Klein-Aziatische steden, waar de Assyriërs handelswijken verwierven.

Foto van de ruines van de oude stad Ur

Foto: By Aziz1005 – Own work, CC BY 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=48855927

Gerelateerde berichten

Reageer


13 + negentien =